Antroposofie

Opvoeden en onderwijzen doe je vanuit een visie. Er bestaat een studie van de filo-soof Jaap van Heerden die getiteld is: ‘Wees blij dat het leven geen zin heeft’. Hier-uit spreekt onze tijdgeest, want deze woorden geven duidelijk aan op welke kompas we steeds meer gaan varen. In deze jaren bestaan er immers geen grote verhalen meer, alles is toeval, niets is noodzakelijk en er is geen onderliggende dynamiek die leidt tot iets zinvols. De werkelijkheid wordt plat gemaakt en de mens in het centrum geplaatst. Er is geen ruimte meer voor wat we het mysterie kunnen noemen. Maar mensen, ook zonder de kerk, zoeken naar een betekenisvolle invulling van hun zijn. 

Moderne denkers als Dilthey, Nietzsche, Steiner, Heidegger en Nussbaum bieden opnieuw ruimte aan de ziel, die wordt gezien als de bron van het leven. Rudolf Steiner (1861-1925) formuleerde zijn ideeën over mens en wereld in zijn antroposofie. In het mensbeeld van de antroposofie, dat ten grondslag ligt aan de vrije scholen, is een mens niet uit willekeur in het leven geworpen, maar met reden in het leven geplaatst. 

Het is daarbij onze taak te worden wie we ten diepste zijn. De zin van het onderwijs ligt er dan in, een goede ontwikkeling van het kind te bevorderen. Deze kijk vraagt om eerbied voor wat groeit en bloeit, vraagt om trouw en standvastigheid, om commitment. Deze grondhouding tekent de relatie tussen de leraar en zijn leerlingen. Onderwijzen heeft dan niet zozeer met informatie te maken -kennisoverdracht- maar met transformatie, met vorming en omvorming:
de ervaring van de zelfoverstijging. 

Elke leerling in het voortgezet onderwijs is op zoek naar zijn identiteit. In de jaren van de puberteit en adolescentie is dat zijn centrale opdracht. De vrije school wil leerlingen hierbij helpen. Het onderwijs is dan niet het doel, maar een middel om een gevoel voor bestemming te voeden. Mensen zijn op weg. Opgroeien naar volwassenheid in het besef dat je leven een bestemming heeft, bete-kent ontdekken waar je plaats is, dat je gaat zien wat bij jou hoort, dat je doet wat je moet doen. Voor de leraar is elke lesdag een dag die hij ziet als een uitnodiging om de leerling te laten groeien in zijn bestemming. Verbinding is daarbij een noodzaak: niet ontwijken, maar contact maken. Het is niet leven bij de dag en maar zien wat er van komt.
Gevoel krijgen voor de richting van je leven, waardoor er samenhang en betekenis kan ontstaan, dat is wat telt. We noemen het levenskunst: nadenken over wie je bent, in deze roerige jaren, nadenken waar je vandaan komt, hoe je zo gegroeid bent, of je de ingeslagen weg wilt blijven volgen, veranderen of verlaten, daaraan wil het onderwijs van de vrije school bijdragen. Want leren leven met een gevoel voor bestemming geeft niet alleen richtinggevoel, maar ook veerkracht en helpt weerstand te bieden tegen de slagen van het lot. Het gaat om levensvervulling, in plaats van om behoeftebevrediging





© BC Broekhin Roermond | Contactgegevens |