Ondersteuning en zorg op BC Broekhin
Beleid Ziekteverzuim
Counselor
Dyslexie
Examenvreestraining
Faalangstreductietraning
Ondersteuningsteam
Samenwerkingsverband passend Onderwijs
Decanaat
Loopbaanoriëntatie en begeleiding
Keuze vakkenpakket
Meer Informatie

Ondersteuning en zorg op BC Broekhin

Het algemene uitgangspunt van ondersteuning op onze school is dat ondersteuning ertoe bijdraagt dat de leerling zijn persoonlijk onderwijsperspectief bereikt en zijn competenties ontwikkelt voor de periode na het voortgezet onderwijs.

Soms heeft een leerling meer (tijdelijke) ondersteuning nodig om succesvol de school te doorlopen. Heeft u zorgen, bespreek dit dan altijd met de mentor. De mentor zal samen met u als ouder/verzorger bekijken of er vanuit het (vakdocenten)team een aanbod voor uw zoon/dochter mogelijk is. Aanvullend zijn er mogelijkheden vanuit de afdeling Ondersteuning. Als uw zoon/dochter hiervoor in aanmerking komt, wordt u als ouder/verzorger betrokken.

Beleid Ziekteverzuim

De school heeft aandacht en zorg voor leerlingen die vaak of langdurig afwezig zijn na ziekmelding. Daarom hebben we het ziekteverzuimbeleid volgens de methode M@ZL (spreek uit “Mazzel”) in het schoolreglement opgenomen. M@ZL staat voor Medische Advisering van de Ziek gemelde Leerling. Wanneer de school zelf structureel aandacht besteedt aan de ziek gemelde leerling en, indien nodig of gewenst, de jeugdarts consulteert, kan de kwaliteit van zorg geoptimaliseerd worden.

Bij het ziekteverzuimbeleid volgens de methode M@ZL werken drie partijen nauw samen:

  • De school

  • Een jeugdarts

  • De leerplichtambtenaar

De jeugdarts en de leerplichtambtenaar zijn beiden lid van het zorgteam van onze school.

De werkwijze:

In het geval van ziekte vragen ouders aan school vrijstelling voor het volgen van het lesprogramma voor hun zoon of dochter. Bij langdurig ziekteverzuim (vanaf de zevende schooldag aaneengesloten ziek) of frequent (elke vierde ziekmelding in 12 schoolweken) gaat de school in gesprek met leerling en ouders en laat zij zich zo nodig adviseren door de jeugdarts. We vinden het belangrijk dat de leerling weer zo snel en zo goed mogelijk aan het lesprogramma kan deelnemen.

De leerling en ouders worden uitgenodigd voor een gesprek op school (met de mentor / zorgcoördinator). Zij ontvangen hiervoor een brief of worden hiertoe telefonisch uitgenodigd, waaraan toegevoegd een overzicht uit het aanwezigheidsregistratiesysteem van de leerling. Naar aanleiding van dit gesprek kan een uitnodiging volgen voor een consult bij de jeugdarts.

Wat doet de jeugdarts?

De jeugdarts bespreekt de gezondheidsklachten en oorzaken van het ziekteverzuim, onderzoekt de leerling zo nodig en bespreekt samen met leerling en ouder(s) de gewenste zorg. De jeugdarts adviseert over deelname aan het lesprogramma en biedt handvatten aan leerling, ouders en school voor het optimaliseren van deze deelname. Het gesprek met de jeugdarts is vertrouwelijk. In verband met het medische beroepsgeheim koppelt de jeugdarts inhoudelijke informatie alleen met toestemming van leerling en ouder(s) terug aan school.

Wat is de rol van de leerplichtambtenaar?

De leerplichtambtenaar houdt toezicht op ongeoorloofd schoolverzuim, vanuit zijn verantwoordelijkheid de leerplichtwet te handhaven.

Zelf een consult bij de jeugdarts aanvragen?

Wanneer u vragen of zorgen heeft over het ziekteverzuim van uw kind, neemt u dan gerust contact op met de GGD Limburg-Noord, met vermelding van naam en geboortedatum van uw kind per mail aan: dagverpleegkundige@vrln.nl

Counselor

Onze school heeft drie counselors voor leerlingen. Na overleg met de mentor en u als ouders/verzorgers kan de counselor kortdurend ondersteunen bij bij o.a. klachten over lusteloosheid, spanningsklachten, negatief zelfbeeld, faalangst, rouw- en verliesverwerking en bv. eetproblemen. Onze counselors ondersteunen en begeleiden bij deze sociaal-emotionele vraagstukken die ook belemmerend kunnen zijn voor de studie van de leerlingen. Leerlingen die ouder zijn dan 16 jaar kunnen een gesprek met een counselor voeren, zonder toestemming van de ouders/verzorgers.

Onze counselors zijn:

Ellis Tonglet etonglet@mdw.broekhin.nl 
Mariëlle Betgem mbetgem@mdw.broekhin.nl
Ahmet Avci aavci@mdw.broekhin.nl 

Dyslexie

BC Broekhin heeft een beleidsplan op grond waarvan leerlingen met een dyslexieverklaring aanspraak kunnen maken op extra zorg. Deze leerlingen hebben recht op extra faciliteiten zoals:

  • extra tijd bij toetsen en examens;

  • toetsen in standaard vergroot lettertype;

  • coulant beoordelen van spellingfouten bij Nederlands en de Moderne Vreemde Talen (zo nodig mondeling toetsen);

  • geen onverwachte leesbeurten;

  • gebruik maken van ondersteunende hulpmiddelen (laptop, met en zonder voorleesfunctie; luisterboeken);

  • dispensatie Moderne Vreemde Taal.

De dyslexiecoördinator, mevrouw Miryam Schuitemaker, is voor de dyslectische leerlingen gemakkelijk bereikbaar (via WhatsApp) wanneer zij met een probleem rond hun dyslexie geconfronteerd worden. Zo nodig maakt mevrouw Schuitemaker op korte termijn een afspraak met de leerling(en) om na te gaan waarin - en in hoeverre - zij ondersteuning kan bieden. Zij kan advies geven over het aanleren van lees-, spelling- en leerstrategieën. Via de dyslexiecoördinator krijgen coördinatoren, mentoren en vakdocenten informatie over de dyslectische leerlingen. Zij is, ook voor ouders, het eerste aanspreekpunt betreffende dyslexie op BC Broekhin; mschuitemaker@mdw.broekhin.nl.

Extra tijd bij toetsen is officieel vastgelegd tijdens toetsweken. Bij een proefwerk van 50, 100 of 150 minuten krijgen dyslectische leerlingen een extra tijd van respectievelijk 10, 15 of 20 minuten. Tijdens reguliere proefwerken lukt het praktisch gezien niet om extra tijd te geven. Er worden proefwerken van maximaal 35-40 minuten aangeboden, zodat de dyslectische leerling in de les een extra tijd heeft van 10-15 minuten. Als dit niet lukt, kan de beoordeling van de toets eventueel aangepast worden.

Er worden steeds meer verzoeken gedaan tot het toekennen van extra tijd bij toetsen. Het is mogelijk dat leerlingen in onze huidige maatschappij teveel (auditieve) prikkels moeten verwerken die het effectief werken nadelig beïnvloeden. Vaak komt dit omdat er bovendien sprake is van bijvoorbeeld AD(H)D, een vorm van autisme of een taalverwerkingsprobleem (dyslexie). Het is voor de dyslexiecoördinator niet zonder meer mogelijk om extra tijd toe te kennen; dat kan alleen op grond van een officiële verklaring. In dat geval zullen de ouders / verzorgers, via een extern bureau, een onderzoek moeten laten doen naar de mogelijke oorzaak.

Conform het Centraal Schriftelijk Examen wordt toetsen in het lettertype ARIAL 11 of 12 met regelafstand 1½ aangeboden aan dyslectische leerlingen. Hierdoor is het maken van vergrotingen (vaak A3 formaat) niet meer nodig.

Docenten houden in de beoordeling van toetsen met name bij Nederlands en de Moderne Vreemde Talen rekening met de spelfouten die een dyslectische leerling maakt. Soms kan overwogen worden om de toets nog eens mondeling af te nemen om een beter zicht te krijgen op de beheersing van de getoetste leerstof.
Bij sommige leerlingen is het aan te bevelen een klassikale leesbeurt van te voren aan te kondigen en eventueel thuis te laten voorbereiden. Als de technische leesvaardigheid dermate zwak is, kan hierdoor de frustratie voor een gedeelte weggenomen worden.

Inmiddels zijn er voor dyslectische leerlingen tal van hulpmiddelen op de markt in de vorm van compenserende software. De dyslexiecoördinator kan ouders hierin adviseren. Leerlingen kunnen tijdens de les en/of tijdens het maken van huiswerk over deze middelen beschikken. Ouders dienen dit zelf te bekostigen, maar kunnen de kosten mogelijk geheel of gedeeltelijk vergoed krijgen bij de belastingdienst of de ziektekosten-verzekeringsmaatschappij.

Sommige leerlingen met dyslexie of met een motorische beperking kunnen in de klas een laptop of een tablet gebruiken. Hiervoor dient er een deskundigenverklaring (paramedisch) zijn afgegeven waarin dit geadviseerd wordt. Toetsen worden niet op de eigen laptop (of tablet) gemaakt. De leerling werkt dan op een laptop van school en dient die voorafgaand aan het proefwerk bij de ICT-afdeling op te halen en daar ook weer na afloop van het proefwerk terug te brengen.

In een heel enkel geval hebben dyslectische leerlingen in klas 2 de mogelijkheid om dispensatie te krijgen voor het vak Frans en/of Duits. Hiervoor moet aan bepaalde criteria voldaan worden. Ouders dienen een verzoek hiertoe in. De dyslexiecoördinator beoordeelt samen met de teamleider, de leerlingcoördinator en de mentor of er aan de criteria wordt voldaan, waarna er al dan niet toestemming gegeven wordt.

In Magister staan de namen van alle dyslectische leerlingen op een lijst die voor alle docenten is in te zien. Deze lijst wordt actueel gehouden.

Centraal Schriftelijk Examen:

Op het CSE wordt er standaard een extra tijd van 30 minuten aan de dyslectische leerlingen toegekend. Het gebruik van auditieve ondersteuning (ClaroRead) is mogelijk, evenals het gebruik van een laptop. Er wordt gestreefd naar maatwerk.

Signalen van de mogelijke aanwezigheid van taalproblemen worden door de dyslexiecoördinator opgepakt. Ouders van de betreffende leerling dienen vervolgens zelf stappen dienen te ondernemen om voor hun kind (extern) een dyslexieverklaring te bemachtigen. De kosten die hieraan verbonden zijn, kunnen veelal (geheel of gedeeltelijk) vergoed worden door de Zorgverzekeraar. Nadat de dyslexieverklaring is afgegeven, kan de leerling op Broekhin gefaciliteerd worden.

Examenvreestraining

Iedereen die een examen moet doen zal zich min of meer gespannen voelen en zal wel eens wat piekeren over dit examen. Maar als dit piekeren heel sterk is en je remt in het presteren, dan kan er sprake zijn van examenvrees. Examenvrees hangt samen met gedachten en denkpatronen die een angstig gevoel veroorzaken. Dit gepieker gaat meestal over:

  • het examen ('zeer moeilijk', 'zeer veel', 'veel te weinig tijd');

  • over jezelf ('ik kan het niet', 'ik raak geblokkeerd', 'ik vergeet het allemaal');

  • over de gevolgen van zakken ('het hele jaar mislukt', 'm'n studie gaat eraan', 'm'n ouders worden boos').

Voor examenleerlingen die dit herkennen biedt onze school een EVT (ExamenVreesTraining) aan.
De training bestaat uit drie of vier bijeenkomsten, waarin o.a. het volgende aan de orde komt:

  • Ademhaling onder controle zorgt voor rust in het lijf / ontspanning is een voorwaarde voor concentratie;

  • Je denken de baas worden en zo rustig worden om je kennis op papier te kunnen krijgen;

  • Een goede voorbereiding is het halve werk.

Aanmelding gebeurt via/door de mentor.
De training wordt gegeven door de counselor.

Faalangstreductietraning

In kleine groepen wordt gewerkt aan het verminderen van cognitieve faalangst; dit is faalangst die te maken heeft met leren en/of kennen. Bij cognitieve faalangst hebben de leerlingen goed geleerd, maar krijgen ze die kennis niet op papier door bijvoorbeeld een black-out tijdens een toets, een presentatie of een spreekbeurt.

Veel leerlingen zijn bang om bij een belangrijke taak te falen. Deze angst om te falen stimuleert de ene leerling tot beter presteren, maar werkt bij de ander verlammend. Zij hebben hoofdpijn, buikpijn, of hartkloppingen; kortom, stress. Als je faalangst hebt, presteer je onder je kunnen, je mogelijkheden. Je bent bij elke taak vooraf bang die niet tot een goed einde te kunnen brengen. gelukkig kan er wat aan gedaan worden. daarom biedt onze school de frt (faalangstreductietraining) oftewel "hoe om te gaan met faalangst" aan.

De faalangstreductietraining bestaat uit 7 of 8 bijeenkomsten waarbij we onder andere ingaan op:

  • Wat is faalangst en hoe uit zich die bij jou?

  • Ademhaling onder controle krijgen zorgt voor rust in het lijf!

  • Positief denken middels de 4G.

  • Een goede voorbereiding is het halve werk.

  • Hoe "anker" ik het geleerde tijdens deze training?

Aanmelding gebeurt via/door de mentor; toestemming van de ouders is verplicht. De training wordt gegeven door onze counselor.

Ondersteuningsteam

Het ondersteuningsteam bestaat uit:

Zorgcoördinator:
Mariëlle Betgem mbetgem@mdw.broekhin.nl 

Orthopedagoog: 
Anne Vervuurta.vervuurt@mdw.broekhin.nl 

Counselors:
Ellis Tonglet etonglet@mdw.broekhin.nl
Mariëlle Betgem mbetgem@mdw.broekhin.nl 

Intercultureel counselor: 
Ahmet Avci aavci@mdw.broekhin.nl 

Ambulant begeleiders: Gedrag:
Geeske van den Akkerg.vandenakker@mdw.broekhin.nl  
Jos Lamboo jlamboo@mdw.broekhin.nl  
Dana Wellens d.wellens@mdw.broekhin.nl  

Langdurig zieke leerlingen:   
Maren Hendriks m.hendriks2@adelante-zorggroep.nl 

Pestcoördinator: 
Lilian Sak lsak@mdw.broekhin.nl 

Vertrouwenspersoon: 
Benoit Mulleneers bmulleneers@mdw.broekhin.nl  
Simone Jacobs sjacobs@mdw.broekhin.nl 

Samenwerkingsverband passend Onderwijs

Het bestuur van SOML maakt samen met 11 andere besturen deel uit van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO 31.02 (SWV). De regio van dit SWV valt samen met het voedingsgebied van SOML-scholen.

Het SWV stelt zich ten doel: alle leerlingen een passend onderwijstraject te bieden. Scholen die deel uitmaken van het SWV hebben zich verplicht op alle mogelijke manieren, maar vooral door gebruik te maken van de rijke expertise van de partners binnen het samenwerkingsverband, eraan te werken dat zoveel mogelijk leerlingen in het regulier onderwijs goed ondersteund kunnen worden.

Indicator voor het welslagen van passend onderwijs: leerlingen realiseren hun ontwikkelperspectief, waaronder wordt verstaan: in elk geval een diploma op het tevoren ingeschatte niveau, maar ook: leren leren, ambities kunnen realiseren en zich kunnen ontwikkelen als persoon.

Scholen geven door middel van zelfevaluaties inzage in elkaars resultaten op basis van deze indicator, en delen hun professionaliteit om verdere stappen naar het steeds beter bereiken van de doelen te kunnen zetten.

De vier scholengemeenschappen van SOML zijn vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van het SWV (dhr. M. Demandt, dhr. Ton Houben en dhr. Jan Fasen) en in het dagelijks bestuur (dhr. Albert Nuss).

Het beleid van het SWV wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, waarin ook de verdeling van middelen over de scholen deel uitmaakt. Op het niveau van het SWV functioneert een ondersteuningsplanraad, die instemmingsrecht heeft m.b.t. het ondersteuningsplan.

Leden ondersteuningsplanraad vanuit SOML

Dhr. J. Graus (personeel) 
Dhr. P. Salden (personeel) 
Dhr. P. Reijnders (ouder) 

Verdere informatie over het samenwerkingsverband vindt U op www.swvvomiddenlimburg.nl.

Decanaat

Tijdens hun schoolcarrière moeten de leerlingen belangrijke keuzes voor hun toekomst maken. De schooldecanen ondersteunen leerlingen en ouders bij het maken van deze keuzes. Op BC Broekhin zijn drie decanen werkzaam: voor het vmbo-t is dat dhr. R. Broecks, voor het havo mevr. I. van Pruissen en voor het vwo mevr. L. Dijkstra. 

De begeleiding bij het maken van al deze keuzes wordt in de eerste plaats uitgevoerd door de mentoren. Naast mentoren spelen ook de vakdocenten en andere medewerkers van school een rol. De decanen faciliteren en ondersteunen de mentoren. Daarnaast organiseren de decanen voorlichtingsavonden en klassikale- of groepsactiviteiten. Ook geven ze informatie en verzorgen ze, voor leerlingen en ouders, individuele begeleiding bij de profielkeuze en/of studie- en beroepskeuze.

vmbo

In het tweede en derde leerjaar van het vmbo wordt veel aandacht besteed aan de profielkeuze. Leerlingen kiezen hun profiel naar aanleiding van hun capaciteiten, vaardigheden en interesses. Ze worden hierbij ondersteund door de mentor, adviezen van de vakdocenten, voorlichting door de decaan, interessetesten maar zeker ook door de ouders.

In het vierde leerjaar staat het LOB-programma in het teken van studie- en beroepskeuze. Hiervoor doorlopen de leerlingen een individueel programma. Hierbij valt te denken aan activiteiten als open dagen, meeloopdagen, de mbo-infoavond en gesprekken. Verder vindt er een informatieavond plaats over studiefinanciering.

Leerlingen van het tweede tot en met het vierde leerjaar werken onder leiding van hun mentor met de online methode Qompas. Hierin zullen ze opdrachten, vragenlijsten en reflecties invullen die hun een beter beeld geven van hun eigen interesses en mogelijkheden. Dit digitale portfolio helpt hen in het keuze- en beroepsproces

havo en vwo

In de derde klassen wordt toegewerkt naar de profielkeuze. Deze keuze vraagt een intensieve begeleiding door de mentor. Tijdens mentorlessen wordt er in Qompas gewerkt en schoolbreed zullen activiteiten voor leerlingen en ouders worden georganiseerd zodat met hulp van de mentor, de vakdocenten en de decaan een weloverwogen profielkeuze kan worden gemaakt.

In de bovenbouw van het havo en vwo gaan de leerlingen nadenken over hun studie- en beroepskeuze.  De leerlingen werken onder begeleiding van hun mentor in Qompas. Hierin reflecteren ze op hun eigen interesses en mogelijkheden. Door het decanaat worden weer activiteiten en voorlichtingen georganiseerd. Daarnaast zullen leerlingen zich ook zelfstandig moeten oriënteren op hun vervolgstudie, door middel van bezoek aan open dagen, meeloopdagen en voorlichtingsavonden en eigen gekozen activiteiten.

Loopbaanoriëntatie en begeleiding

WAT IS LOB?

Op onze school krijgen leerlingen informatie over en begeleiding bij keuzes voor hun verdere loopbaan. Dit heet LOB. LOB staat voor Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding.
In alle leerjaren worden keuzebegeleidingslessen gegeven. Dit doen de mentoren in het mentoruur c.q. LOB-uur. Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB) loopt voor de leerling vanaf het eerste jaar tot aan het eindexamen.

Loopbaanoriëntatie

Loopbaanoriëntatie gaat over alles wat leerlingen helpt om hen voor te bereiden op keuzes voor hun toekomstige studie of baan. Bij LOB leert de leerling na te denken over het vervolg van zijn studie en een mogelijk beroep. Dat begint al in het tweede jaar (voor vmbo) of derde jaar (voor havo/vwo) bij de keuze voor een profiel. Verder in de opleiding krijgen leerlingen te maken met de belangrijke keuze voor een vervolgopleiding (zie ook 'LOB in de bovenbouw'). Bij LOB leert de leerling zijn eigen loopbaancompetenties kennen en krijgt hij/zij zicht op loopbaanontwikkeling door middel van de methode Qompas.

Begeleiding

De mentor en de schooldecaan begeleiden de leerling op school bij het vinden van alle informatie die hij/zij nodig heeft om tot een keuze te komen. Zij informeren en adviseren de leerling over beroepen en relevante opleidingen. De mentor en de schooldecaan zijn de gesprekspartners voor onze leerlingen als het gaat om LOB.

De leerlingen werken onder begeleiding van hun mentor aan de methode Qompas. Deze methode draagt ertoe bij dat de leerlingen op basis van hun zelfbeeld met betrekking tot vaardigheden, interesses en capaciteiten tot een juiste profielkeuze komen. Daarnaast biedt de methode inzicht in de te kiezen profielen en de daaruit voortvloeiende vervolgopleidingen en beroepen.

Doel van LOB

Het doel van de LOB-activiteiten op BC Broekhin is om de leerling te ondersteunen in zijn of haar loopbaanontwikkeling. Om bij de leerlingen kennis en inzichten over henzelf en de vervolgmogelijkheden te vergroten. Het actief ontwikkelen van vaardigheden, attitudes en strategieën bij de leerlingen om opleidingskeuzes te maken, nu en na deze school. Deze ondersteuning is concreet het laten verkennen van de capaciteiten en interesses, het benoemen van eigenschappen en het herkennen van talenten. Dit alles moet leiden tot het vinden van het juiste schoolniveau, het kiezen van geschikte en succesrijke vakken in de bovenbouw en uiteindelijk een vervolgstudie die aansluit op deze ontwikkeling.

Loopbaan Oriëntatie en Begeleiding (LOB) loopt voor de leerling vanaf het eerste jaar tot aan het examen. Het doel van LOB is de leerlingen begeleiden in wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en waar mogelijkheden voor de toekomst liggen. Om tot een goede loopbaankeuze te komen stellen we ons bij LOB daarom de volgende vragen: wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik?

LOB in de bovenbouw

Nadat de leerlingen in het tweede jaar (voor vmbo) of derde jaar (voor havo/vwo) een profiel hebben gekozen, gaan ze in de bovenbouw op zoek naar een passende vervolgopleiding. Vanaf het derde jaar (voor vmbo) en het vierde leerjaar (havo/vwo) krijgen ze uitleg over de manieren waarop ze zich verder kunnen oriënteren op hun toekomst. Daarbij worden ze begeleid door hun mentor die op zijn beurt ondersteund wordt door de schooldecaan. De mentor zal geregeld de voortgang van de LOB-activiteiten met de leerlingen bespreken. De leerlingen kunnen in de bovenbouw mogelijke vervolgopleidingen bezoeken, deelnemen aan meeloopdagen en voorlichtingsactiviteiten

In het eindexamenjaar vullen de leerling op individuele wijze de overige LOB-activiteiten in. In het eindexamenjaar geeft de schooldecaan meer informatie over aanmeldingsprocedures en studiefinanciering.

Keuze vakkenpakket

Voor de invoer van de vakkenpakketkeuze maken we gebruik van het programma "Zermelo".

Klik HIER voor de instructie.

Klik op het logo om je keuze in te voeren.

star man