Havo
Lessentabel
Bevorderingsnormen
Programma van Toetsing en Afsluiting
Toetsplanner

Havo

HAVO OP BC BROEKHIN

  • Ben je nieuwsgierig? Wil je ontdekken en onderzoeken?

  • Ben je ambitieus? Wil je de beste zijn, wil je leren en kritisch zijn op je eigen handelen?

  • Ben je ondernemend? Wil je het initiatief nemen, innoveren en samenwerken?

  • Ben je creatief? Wil je bedenken, uitproberen en oplossingen zoeken?

Dan heb jij de juiste mentaliteit voor onze havo!

Hoe zit de havo in elkaar?

De afkorting havo staat voor hoger algemeen voortgezet onderwijs. De havo duurt vijf jaar. De eerste drie jaren heten onderbouw. In de onderbouw volgt elke leerling een breed pakket aan theoretische vakken. Daarna kan hij/zij doorstromen naar de bovenbouw. Een leerling die bevorderd wordt naar de vierde klas, kan ook overstappen naar het mbo en een beroepsopleiding volgen.

In de bovenbouw van de havo kiest elke leerling voor een profiel. Een profiel is een samenhangend onderwijsprogramma dat voorbereidt op een bepaalde richting in het hoger onderwijs. Er zijn vier profielen: natuur en techniek (N&T), natuur en gezondheid (N&G), economie en maatschappij (E&M), cultuur en maatschappij (C&M).

Het bovenbouwprogramma wordt na twee jaar afgesloten met het havo-examen. Na afronding van de opleiding zijn er veel opleidingsmogelijkheden. Veel leerlingen stromen door naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Opleidingen zijn er op veel verschillende gebieden: geschikt voor beroepen in de techniek, de gezondheidszorg, de economische sector, het onderwijs, de kunsten en de hulpverlenende beroepen. Voor havoleerlingen die het einddiploma hebben behaald, bestaat de mogelijkheid het vijfde en zesde leerjaar van het vwo te volgen. Gezien de grote verschillen die bestaan tussen havo en vwo, met name bij het onderwijs in de talen, moet bij de pakketkeuze aan het einde van havo 3 met een dergelijke overstap rekening gehouden worden. De overstap naar het vwo betekent dat een extra inspanning van je gevraagd gaat worden. De manier van denken verschilt sterk in vergelijking met die op de havo. Ook worden er aanvullende eisen gesteld aan leerlingen die deze overstap wensen te maken.

De havo richt zich nadrukkelijk op jongeren met een havo/hbo profiel. Ook leerlingen die zich niet aangetrokken voelen tot de theoretisch-academische benadering van het vwo willen we tot onze doelgroep rekenen. Leerlingen, die vooral praktisch en toepassingsgericht zijn ingesteld, kiezen vaker voor het vmbo. Deze leerlingen zullen op de havo veel meer moeite hebben met het tempo en de zelfstandigheid die nodig is. Een havoleerling heeft van klas één tot en met vijf zijn/haar ouders nodig om van zijn/haar schoolloopbaan een succes te maken. Vandaar dat wij ouders zo goed mogelijk informeren, zodat zij hun kind kunnen stimuleren en steunen.

Zowel vanuit de T/H-kansklas als vanuit de H/V-kansklas stromen leerlingen door naar havo 2 en vervolgens naar havo 3. In havo 4 hebben we te maken met een instroom van leerlingen van bijvoorbeeld het vmbo-t. Dat betekent dat we te maken hebben met steeds wisselende groepen leerlingen met diverse achtergronden. Toch hebben deze leerlingen voor een groot deel dezelfde behoeftes, als het gaat om goed onderwijs en een goede begeleiding. Dat laatste is waar wij ons in onze afdeling op richten.

Profielen op de HAVO

Bij de overgang van het derde naar het vierde leerjaar kiezen de leerlingen een profiel dat gericht is op bepaalde doorstroommogelijkheden in het hoger beroepsonderwijs.

Ieder profiel bestaat uit:

  • een verplicht gemeenschappelijk deel 

  • een profieldeel, te kiezen uit:

    • Cultuur & Maatschappij

    • Economie & Maatschappij

    • Natuur & Gezondheid

    • Natuur & Techniek

  • ​een keuze-examenvak

  • een vrij deel

Lessentabel

2020-2021

HV1

H2

H3

H4

H5

Nederlands

3

3

3

3

3

Frans

2.5

2

2

3

3

Duits

2.5

2

3

3

Engels

3

3

3

3

3

geschiedenis

2

2

2

3

3

maatschappijleer

1.5

1.5

aardrijkskunde

2

2

2

3

3

wiskunde

3.5

3

3

wiskunde A

3

3

wiskunde B

3

3.5

wiskunde D

4

2

natuurkunde

2

2

4

3

scheikunde

2

3

2.5

biologie

2

2

0.5

3

3

economie

2

3

4

bedrijfseconomie

3

3

tekenen

2

1

1

3

3

handvaardigheid

1

2

1

3

3

muziek

1

1

1

3

3

CKV

1

levensbeschouwing

2

0.5

international skills

1

lichamelijke oefening

3

2

2

2

2

mentorles

1

1

1

studieles

1

Bevorderingsnormen

AANGEPASTE BEVORDERINGSNORMEN SCHOOLJAAR 2020-2021

LET OP:

In verband met de omstandigheden rond corona hebben wij de bevorderingsnormen voor het schooljaar 2020-2021 aangepast. Volg deze link voor meer informatie: Aangepaste bevorderingsnorm schooljaar 2020-2021.

Algemeen

Rapportcijfers worden gegeven in afgeronde gehele getallen.
Doubleren in de brugklas is slechts bij uitzondering toegestaan.
Doubleren is per leerjaar in hetzelfde schooltype slechts éénmaal toegestaan. 

Normen 2 havo

aantal vakken

aantal onvoldoendes

0 - 1 - 2 - 3*

Toelatingsmogelijkheid tot 3 havo

13

78 - 78 - 78 - 80

* Bij 3 onvoldoendes en minimaal 80 punten beslist de vergadering.

Normen 3 havo

aantal vakken

aantal onvoldoendes

0 - 1 - 2 - 3

Toelatingsmogelijkheid tot 4 havo

14

84 - 86 - 88 - 90

4 havo met positief advies

14

... - 83 - 85 - 87

Als een leerling is bevorderd naar havo 4, wordt beoordeeld of het gekozen vakkenpakket aan de slaag- zakregeling voldoet (inclusief de kernvakkenregeling). Daarbij worden enkel de vakken meegeteld waarin de leerling Centraal Examen moet afleggen. Voor het vak bedrijfseconomie telt het cijfer voor economie. Bij een onvoldoende in een gekozen vak bepaalt de docentenvergadering of de keuze voor dit vak en/of de profielkeuze doorgang kan vinden. 

De slaag-zak regeling met betrekking tot de kernvakken en de profielvakken is:

Een kandidaat is bevorderd als hij/zij bij de eindcijfers hoogstens één 5 heeft voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Als het gaat om de overgang: bij een tweede 5 in deze drie vakken is een leerling een bespreekgeval. 

Vervolgens geldt:

  • Hij/zij is bevorderd bij alle eindcijfers 6 of hoger, of:

  • één 5 en de rest 6 of hoger, of:

  • één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld 6,0, of:

  • twee keer 5 of één 5 en één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld 6,0.

Bijzondere normen:

Voor bevordering naar het profiel Economie en Maatschappij geldt de volgende eis:

  • als wiskunde B wordt gekozen dan moet voor wiskunde het cijfer ten minste een 6,5 zijn of een positief advies van de vakdocent*.

Voor bevordering naar het profiel Natuur en Gezondheid gelden de volgende eisen:

Indien Natuur en Gezondheid gekozen wordt met aardrijkskunde en wiskunde A

  • ten minste een 6,5 voor het vak scheikunde of een positief advies van de vakdocent*.

  • voor het vak biologie een voldoende resultaat bij de drempeltoets biologie of een positief advies van de vakdocent*.

Indien Natuur en Gezondheid gekozen wordt met aardrijkskunde en wiskunde B

  • ten minste een 6,5 voor de vakken wiskunde en scheikunde óf een positief advies van de vakdocent van het vak waarvoor het cijfer lager is dan een 6,5*.

  • voor het vak biologie een voldoende resultaat bij de drempeltoets biologie of een positief advies van de vakdocent*.

Indien Natuur en Gezondheid gekozen wordt met natuurkunde en wiskunde B

  • ten minste een 6,5 voor de vakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde óf een positief advies van de vakdocent van het vak waarvoor het cijfer lager is dan een 6,5*.

  • voor het vak biologie een voldoende resultaat bij de drempeltoets biologie of een positief advies van de vakdocent*.

Indien Natuur en Gezondheid gekozen wordt met natuurkunde en wiskunde A

  • ten minste een 6,5 voor de vakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde óf een positief advies van de vakdocent van het vak waarvoor het cijfer lager is dan een 6,5*.

  • voor het vak biologie een voldoende resultaat bij de drempeltoets biologie of een positief advies van de vakdocent*.

Voor bevordering naar het profiel Natuur en Techniek gelden de volgende aanvullende eisen:

  • ten minste een 6,5 voor de vakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde óf een positief advies van de vakdocent van het vak waarvoor het cijfer lager is dan een 6,5*.

* Hiervoor geldt uitsluitend het advies dat gegeven wordt in de overgangsvergadering.

Keuze vrije deel en extra vak:

Keuze examenvak (vrije deel)
Een leerling mag een vak kiezen met een positief advies en een voldoende beoordeling in het voorgaande leerjaar. Is dit niet het geval dan dient er een andere keuze gemaakt te worden.

Extra vak
Een leerling mag dit vak kiezen met een positief advies of beoordeling van ten minste 6,0 in het voorgaande leerjaar. Tevens geldt dat een extra vak enkel gekozen mag worden als het roostertechnisch niet tot bezwaren leidt. De beslissing hierover zal genomen worden door de teamleider van de ontvangende afdeling.

Normen 4 havo

  • Een leerling wordt bevorderd van 4 naar 5 havo als:

  • Alle afgeronde voortgangscijfers aan het einde van het schooljaar 6 of hoger zijn, of

  • er 1 x 5 is behaald en de overige vakken een 6 of hoger, of

  • er 1 x 4 of 2 x 5 of 1 x 5 en 1 x 4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6,0 moet zijn.

  • Tevens mag voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één onvoldoende, tenminste een 5 worden behaald. Voor beide andere vakken moet dan minimaal een eindcijfer 6 zijn behaald.

  • Bij de overgang van havo 4 naar havo 5 worden de vakken CKV, maatschappijleer en levensbeschouwing volgens de regels van het combinatiecijfer gemiddeld. De vakken worden op hele cijfers afgerond. Vervolgens worden deze cijfers gemiddeld in een combinatiecijfer. Dit combinatiecijfer maakt als voortgangscijfer onderdeel uit van de bevorderingsnorm.

  • Het vak LO valt onder de voorwaardelijke vakken en moet met "goed" (g) of "voldoende" (v) beoordeeld zijn om in aanmerking te komen voor bevordering. Bij een "onvoldoende" (o) is de leerling een bespreekgeval. Het voortgangscijfer voor het vak LO telt niet mee in de bevorderingsnorm.

Normen 5 havo

Slaag-zak regeling

  • Een leerling is geslaagd als het gemiddelde van alle cijfers gehaald bij het Centraal Examen minstens 5,50 is. Is dit niet het geval, dan is de kandidaat afgewezen (gezakt; ook bij 5,49!).

  • Vervolgens geldt dat een kandidaat is geslaagd als hij/zij bij deze eindcijfers hoogstens één 5 heeft voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.

  • Hij/zij is geslaagd bij alle eindcijfers 6 of hoger of:

  • één 5 en de rest 6 of hoger, of:

  • één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld 6,0, of:

  • geslaagd bij twee keer 5 of één 5 en één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld 6,0.

  • Daarnaast moet er voldaan worden aan de voorwaarde dat lo beoordeeld is als voldoende of goed en de kandidaat dient deelgenomen te hebben aan de rekentoets.

Programma van Toetsing en Afsluiting

In het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) zijn alle theoretische toetsen en praktische opdrachten opgenomen die deel uitmaken van het SE (SchoolExamen). Per onderdeel wordt vermeld wanneer het getoetst wordt, de bijdrage aan het periodecijfer en de bijdrage van de periode aan het SE-cijfer.

star man